Kanariepietjes
Vader had vroeger een volière vol kanariepietjes. Er zijn drie soorten kanaries: zang-, postuur-, en kleurkanaries. Wij hadden geen van allen. Het zong niet, het had geen kleur en qua postuur dramatisch.
Voordat bij ons in de zeventiger jaren een serre aan het huis werd gebouwd, hadden we een losse schuur, staand pal tegenover de keukendeur. Voor ons moeder fijn, want op maandag, wasdag speelde dit tafereel zich af vanaf de keuken op de plaats en in de schuur.
De (semi)automatische wasmachine die mijn moeder halverwege de jaren zestig kreeg van vader (kostwinner) zou haar wasdag daadwerkelijk veranderen. De (semi)automaat vereiste wel een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk, wat mijn vader had laten aanleggen in de schuur.
Waterleiding en afvoer ontbraken nog zodat mijn moeder in de keuken in een grote ketel eerst de was moest koken. De was ging daarna naar de wasmachine in de schuur. Het aftappen van het waswater verliep via het rioolputje.
De wasmachine (volautomaat) met centrifuge kwam in de tijd pas veel later.
Dit leverde voor mijn moeder een geweldige tijdsbesparing op! Petje af moeder!
Nu terug naar de hobby van mijn vader. In het tweede deel in de schuur had mijn vader een volière gebouwd vol met kanaries. Maar die krengen tierden niet, ik weet nu nog steeds niet waarom. Zodra jonkies uit het ei kwamen gaf moeder kanarie er direct de brui aan en stopte met voeren. Mijn vader kon vervolgens binnenshuis aan de gang met de pietjes. Met een luciferhoutje voerde hij deze met gekookt ei, en dan met name het eidooier, zeer fijn gemaakt.
Zonder succes, moeder kanarie had, vermoed ik, medelijden met de strijd die mijn vader iedere keer moest voeren met die mormels. Voordat vader kon starten, werden vaak de jonggeborenen door moeder kanarie uit het nest op de betonnen vloer gesmeten. Dood! Toch lukte het mijn vader ook nog weleens een kanariepietje groot te brengen en op basis van deze overwinning mocht de 'trofee' richting eregalerij, ofwel een kanarie mocht in een kooitje in de huiskamer.
Soms kwam er bij ons in het hofje een mosterdmanneke voorbij met mosterd te koop, in een prachtig tonnetje met koperen beslag. Hij heette Frans Elen, altijd keurig gekleed, en hij had het geheim recept van vader geërfd. Aan de deur kwam ons moeder zelf met een leeg glazen potje en dan werd het met mosterd gevuld. Was het potje iets groter dan anders, geen nood want de mosterd kon niet bederven. Mijn moeder vertelde mij weleens dat regelmatig aan Frans de vraag werd voorgelegd, wat het recept nu eigenlijk was, want de mosterd smaakt wel heel lekker en bijzonder. Frans zei dan altijd: 'Wat voor jullie een vraag is, is voor mij een weet.'
Op een dag toen Frans van de Wouw-Elen vanuit de raam het armetierig kanariepietje aanschouwde, luidde als volgt: 'Och mevrouwtje, ik zou dat vogeltje maar gauw een hemd aangeven, het is geen gezicht.'
Frans Elen (*1891 Tilburg +1960), lokaal bekend als ‘het ouwe mosterdmanneke’, hier met zijn mosterdtonnetje gefotografeerd op het Kapelhof in 1959, behoorde tot de Tilburgse familie Elen. Deze familie is met een omweg vanuit de provincie Antwerpen (grensplaats Retie, beneden Tilburg en rechts van Turnhout) in het Nederlandse Noord-Brabant terechtgekomen. De oudst bekende voorvader is Jozef Elen, geboren rond 1735-40, uit wiens huwelijk met Maria Sels op 5 augustus 1765 in Retie Pieter Elen geboren werd. Deze was linnenwever en trok naar Lier (onder Antwerpen), waar hij overleed op 28 oktober 1827. Uit zijn huwelijk met Maria Catharina Verwilt werd daar in 1814 geboren Franciscus Gommarus Elen. Diens tweede voornaam was die van de patroonheilige van Lier.
Frans Elen is beroepshalve naar de oude Hollandse lakenstad Leiden getrokken. Daar trouwde hij in 1835 en zijn eerste drie kinderen werden er geboren. Waarschijnlijk was hij werknemer van de Lierse firma De Hyder & Co. die, als gevolg van de Belgische afscheiding, in 1835 haar grote katoendrukkerij verplaatste naar Leiden.
Mogelijk omdat het niet goed ging met de katoendrukkerij - De Hyder & Co werd uiteindelijk in 1846 overgenomen - is het jonge gezin rond 1843 naar de Brabantse textielstad Helmond getrokken en heeft daar nog vier kinderen gekregen. Rond 1882 heeft de familie zich blijvend in Tilburg gevestigd en daarmee was de migratiecirkel Retie-Lier-Leiden-Helmond-Tilburg-Retie bijna rond.
Al 100 jaar heeft Tilburg zijn mosterdman
(uit Het Nieuwsblad van het Zuiden - donderdag 28 januari 1971)
Als u in de straten van Tilburg of in een van de omliggende dorpen een man ontmoet, die aan een langs het lichaam afhangende arm een niet-alledaags met blinkend koperen banden versierd tonnetje aan een hengsel draagt, dan hebt ge hem gezien! Wie? Het Tilburgse "mosterdmanneke" zoals de volksmond die naam reeds een eeuw hanteert. Al kan men zich tegenwoordig heel wat permitteren alvorens op te vallen en al doet onze mosterdman ook nóg zo stil en bescheiden zijn werk, soms springt hij voor de een of andere voorbijganger toch even uit het gewone stadsbeeld. Dan keert zo'n voorbijganger zich verrast om en hij vraagt zich af: "Wat heeft die man daar toch voor een raar tonnetje?" Ja, tonnetje en mosterdman zijn even nauw met elkaar verbonden als Van Gend met Loos of Pontius met Pilatus. Dat curieuze tonnetje bevat zijn hele negotie, die uit niets anders dan pure mosterd bestaat.
De vraag rijst of we met betrekking tot de mosterdman niet met een verouderd verschijnsel te maken hebben en het antwoord daarop luidt: ja! Wij zouden niet weten waar men elders in den lande er nog een speciale mosterdman als de Tilburgse op na houdt en zien hem daarom graag als een unicum. Ondanks warenhuizen en supermarkten blijft hij concurrerend zijn gang gaan. Er schijnt nog altijd wel iets aan te verdienen te zijn. Maar misschien speelt er ook een stuk familietrots mee. De handhaving van een traditie. Méér dan honderd jaar is de kunst in de familie en vorig jaar was het precies een eeuw geleden, dat het eerste Tilburgse mosterdmanneke werd ingeschreven in de Kamer van Koophandel.
Waar het begon
Dat was de uit België afkomstige J. Elen. Hij bracht de kunst van het particulier mosterd maken naar "Jan van Nunens straotje", het zijstraatje van de Heuvelstraat, dat officieel "Pleinstraat" zegt als je vraagt hoe het heet. Daar begon de mosterdvictorie. Zijn zoon Frans Elen, die in de Kortestraat in de "Koningswaai" woonde, erfde - na enige tientallen jaren - de geheimen van het vak én het tonnetje.
Elen woonde met zijn broer Victor in “de Koningswei” en wel in de Kortestraat (zijstraat van de Piusstraat, die tot de Oranjestraat liep). Achter zijn huis had hij een mosterdmolen staan die werd aangedreven door zijn honden.
Een halve eeuw lang liep Frans Elen met zijn tonnetje door Tilburgs straten. Velen zullen hem zich nog wel herinneren als een wat vief lopende, netjes aangeklede figuur, want Frans wist hoe bij de klanten aan de deur moest komen, voor 25 cent kon men een leeg glas weer laten vullen.
Zaagt ge hem niet op straat, dan was hij thuis wel bezig met het "mosterddraaien". Nu zonder zijn zondagse pak aan! Voor hem golden de mosterdmakerij en de thuisbezorging van zijn produkt als de dagelijks terugkerende en de ene week na de andere vullende bezigheid. Typisch is, dat Frans Elen zich zelf - met voorbijzien van het geslacht - niet "mosterdmanneke" maar... "mosterdmadammeke" noemde. Wat we dan maar op rekening van de Belgische komaf van zijn vader zullen schrijven.
Nummer drie
Echter ook voor hem kwam eindelijk de tijd tot stoppen. Het mosterdgeheim bleef evenwel in de familie al veranderde de naam. Zo kent Tilburg thans dan in een 45-jarige neef E. van de Wouw-Elen zijn derde mosterdmanneke-in-successie. Die woont in de Atelierstraat op nr. 93. Sinds kort werkt hij echter, behalve in de mosterd, in de nachtploeg op de wollenstoffenfabriek van Mommers en Co. Dat komt wel goed uit, want dan kan hij overdag mosterd maken en de klanten bedienen. Tien jaar doet hij dat nu alweer.
We hebben hem eens in de Atelierstraat opgezocht, omdat we eindelijk ook wel eens wilden weten waar Abraham de mosterd haalt. Zo leerden we dan dat het reeds bijbelse mosterdzaadje in de mosterdbereiding nog altijd de eerste viool speelt en dat de mosterd "gedraaid" oftewel "gemalen" wordt.
Mosterdhond
Frans Elen had in zijn tijd daar in de "Koningswaai" daarvoor nog maar een heel bezwaai, want de maalstenen werden in beweging gebracht door een hond, die in een groot, houten rad liep zoals vroeger andere rasgenoten bij de boeren in de botermolen. Waaruit volgt, dat er behalve boterhonden ook ooit mosterdhonden bestaan hebben. Van de Wouw maalt op wat andere manier, maar toch nog altijd met geribde stenen van een meter doorsnee ongeveer, die - evenals molenstenen - op hun tijd gescherpt moeten worden. Zijn grondstof betrekt hij uit Denemarken al wordt in Groningen ook mosterdzaad verbouwd.
De vraag wat er allemaal in die mosterd gaat, blijft voor ons een vraag en voor de mosterdman een weet. Hij is niet gek. Hij zal zijn recept verklappen. Dat is en blijft "fabrieksgeheim". Hij laat alleen los, dat hij zijn mosterd met twee emmers vol tegelijk maakt en dat je daar wel een paar uur aan te draaien hebt. Daarna moet het produkt nog een dag overstaan om geschikt te zijn voor de verkoop.
Ver weg
Soms gaat die mosterd uit de Atelierstraat ver. Naar Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Limburg. Vaak zijn het daar oud-Tilburgers, die de smaak nog altijd van vroeger in de mond hebben, maar ook "Hollanders", die ze door hun verhalen hebben aangestoken. Zelfs uit Afrika is er wel eens gevraagd een potje mosterd mee te brengen van de Tilburgse mosterdman. Ge zoudt dat allemaal niet denken.
Wel eens trekt de mosterdman de aandacht van de jeugd, die hem in haar straat als een vertrouwde figuur heeft leren kennen. Met een variant op een bekend liedje dat over "de mosselman" gaat, zingen ze dan van: "Daar heb je de mosterdman!" Waarmee we dan ook maar besluiten, want het is tijd voor de mosterdman om weer eens op stap te gaan.
De mosterdman vertelt:
"Nooit andere"
"Is die mosterd beter dan andere?" "Mijn klanten zeggen van wel en dat vind ik ook. Hij is goedkoper en bederft niet. Er zijn mensen, die van straffe mosterd houden en die daarom geen andere dan de mijne willen hebben. Allé, ge moet hem zelf maar eens keuren" en tegelijkertijd troont hij ons mee naar de keuken. Daar op de tafel staat het befaamd tonnetje met houten deksel. Kant en klaar voor de reis door de stad. De koperen banden vers gepoetst en glanzend als spiegels, de eikenhouten duigen glimmend alsof ze gepolitoerd zijn. Een kostbaar kleinood, dat voor antiek solliciteert. "Het is wel honderd jaar oud", zegt de mosterdman niet zonder enige trots. Niet wetende wat ons boven het hoofd zou kunnen hangen, proberen we voorzichtig een kleine lik van de geelachtige brei, die aan pindakaas denken doet. Dit geldt echter niet voor de smaak. Hij is werkelijk zeer doordringend, pittiger en scherper dan die welke zij, die onze zorgen deelt, op tafel pleegt te brengen.
Actieradius
De beste reclame maken de klanten zelf voor het produkt, weet de mosterdman te vertellen. De een vertelt het de ander en zo gaat het, net als het gerucht, door stad en omgeving. Dit heeft er toe geleid, dat de klantenkring niet alleen door de hele stad maar ook over dorpen als Oisterwijk, Goirle en Kaatsheuvel verspreid zit. De actieradius van opa en oom Elen is derhalve aanzienlijk uitgebreid en dus doet mosterdman-nummer-drie het met de auto. Die parkeert hij hier of daar in de stad en trekt daarna te voet naar de klanten. Hij meldt zich daar met: "De mosterdman!" Dan houdt de huisvrouw haar eigen potje gereed en vanuit het tonnetje wordt dat met een houten lepel, al naar behoeven, gevuld. Zo hoort het. Het Tilburgse mosterdmannetje levert er geen potjes of glazen bij. Je kunt zo veel en zo weinig krijgen als je wilt.
SAMENVATTING
In 1882 verhuisden de uit Helmond afkomstige Jan Elen (1846-1911) en zijn Belgische vrouw Maria Gonthier van Antwerpen naar Tilburg. Jan Elen stond al in 1889 te boek als ‘mosterdmolenaar’ en hij was daarmee de grondlegger van een begrip dat in Tilburg een smakelijke betekenis kreeg: het ‘mosterdmanneke’. Elen had in 1870 in België het recept voor het vervaardigen van mosterd leren kennen en die kennis mee naar Tilburg verhuisd. Achter het huis in de Koningswei had hij een werkplaats waar hij zijn mosterd ‘maalde’ om die vervolgens in stad en ommelanden aan de man te brengen.
Na Jans overlijden werden het recept en de bereidingswijze van de mosterd overgenomen door zoon Frans (1891-1960), het negende kind in een rij van veertien. Hij was weliswaar het tweede ‘mosterdmanneke’ maar ook degene die in Tilburg de meeste bekendheid kreeg. Vooral vanwege zijn verzorgde verschijning, met platte pet en halflange jas, en belangrijker nog, het houten mosterdtonnetje afgezet met koperen banden waarmee hij de mosterd naar zijn klanten bracht. Frans overleed in 1960. Zijn handel werd overgenomen door zijn neef Emile van de Wouw. Die droeg de mosterdkennis in 1966 over aan zijn broer Frans. Frans van de Wouw staakte zijn activiteiten in 2011. Het geheime recept en de productiemiddelen, waaronder maalstenen, kwamen in handen van kaasboer Gert-Jan van der Heijden. De mosterd van ‘Het Mosterdmanneke’ wordt verkocht in diverse winkels in en buiten Tilburg.
Vroeger liep de statige Belse heer met zijn blinkend schoon gepoetste tonnetje door de straten van Tilburg. Vele oudere Tilburgers kennen Frans Elen of zijn nageslacht van de grove mosterd. Het mosterdrecept is dus vanaf 1870 in handen geweest van de familie Elen en Van de Wouw.
Zijn kreet "Mosterd Madame " werd in de loop der jaren verbasterd tot Mosterdmanneke en zo is in 1870 één van de tradities uit Tilburg ontstaan. Met trots kan gezegd worden dat de mosterd nog steeds gemaakt wordt volgens het aloude recept.
De 100% natuurlijke ingrediënten: Wit en zwart mosterdzaad, water, een goede azijn, zout en een beetje suiker, worden samen gemalen. Zo ontstaat de grove mosterd van het Mosterdmanneke. Net als vroeger zonder toevoeging van conserveringsmiddelen, kleur- en smaakstoffen.
In 1870 bracht Jan Elen (1846-1911) vanuit België een recept voor mosterd mee naar Helmond. In 1882 verhuisde hij naar de Koningswei in Tilburg. Achter zijn huis had hij een werkplaats waar hij zijn mosterd ‘maalde’ om die vervolgens in stad en ommelanden aan de man te brengen. Het recept en de bereidingswijze van de mosterd werden overgenomen door zijn op 24 juli 1891 in Tilburg geboren zoon Franciscus Petrus Leonardus (Frans) Elen. Hij werd in de stad Het Mosterdmanneke genoemd omdat hij de zelfgemaakte mosterd naar zijn klanten bracht in een houten tonnetje met koperen banden. Frans overleed op 4 april 1960 in Tilburg, waarna de handel werd overgenomen door zijn neef Emile Johannes van de Wouw (geb. Tilburg 1925). Die droeg zijn mosterdkennis in 1966 weer over aan zijn broer Frans. Hij stopte de activiteiten in 2011. Het geheime recept en de productiemiddelen, waaronder maalstenen, kwamen in handen van kaasboer Gert Jan van der Heijden. De mosterd van Het Mostermanneke wordt verkocht op diverse locaties in en buiten Tilburg.
Anekdote
Vroeger bij ons thuis kwam ie al langs de deur "Het Mosterdmanneke met zijn mosterd-tonneke. Een mooi rond, lichthouten tonneke, met blinkend gepoetste messing banden eromheen. Aan de zijkant van het deksel zat een gat, waardoor een houten mosterdlepel naar buiten stak.
Het "mosterdmadammeke" zeiden onze ouders. Van vader op zoon, zo deed het verhaal de ronde, werd het geheime mosterdrecept, doorgegeven.
Waarom een man "Madam", werd genoemd, hoorde ik pas veel later.
Het was een erg klein manneke, zoals zijn vader ook geweest moet zijn. Zijn vraag aan de deur was steevast, hij was immers uit België afkomstig, "Mosterd, madame?" Vandaar zijnen schonen bijnaam.
Ook toen ik inmiddels zelf een gezin had, kwam hij zo om de zes weken ook bij ons aan de deur. Wij kregen als kind nooit veel mosterd. "Want," zeiden ze, "daar groei je niet van." Ook dat vertelde ik aan mijn kind. Mijn zoontje, ging mee naar buiten.
Hij mocht de lege jampot vasthouden die het mosterdmanneke met een houten lepel met enkele goedgemikte slagen vol mosterd mepte. "En nou maar veel mosterd eten", zei hij tegen mijn zoon.
"Nee, want daar blijf je klein van zegt ons pa!" was zijn antwoord.
"Ge moet niet alles geloven!" zei het manneke.
"En gij zelf dan?" ontglipte het mijn zoontje, zo plat als ie kon.
Daar had het mosterdmanneke niet van terug!
Maak jouw eigen website met JouwWeb